Duurzame consumptie en productie gaat over het vergroten van het rendement van hulpbronnen en energie, duurzame infrastructuur en toegang tot basisvoorzieningen, groenvoorzieningen, gepast werk en een betere levenskwaliteit voor iedereen. De verwezenlijking hiervan kan bijdragen aan het behalen van algemene ontwikkelingsplannen, het verlagen van toekomstige kosten voor economie, milieu en maatschappij, het versterken van economische concurrentiekracht en het bestrijden van armoede.
‘Meer doen met minder’, daarop is duurzame productie en consumptie gericht. Groei van de netto welvaartstijging uit economische activiteiten door het terugdringen van gebruik, afbraak en verontreiniging van hulpbronnen in de hele cyclus, terwijl algehele levenskwaliteit wordt verbeterd.
In dit proces zijn er verschillende spelers, waaronder het bedrijfsleven, consumenten, beleidsmakers, onderzoekers, wetenschappers, winkeliers, media en instanties voor ontwikkelingssamenwerking. Het vereist tevens een systematische aanpak en samenwerking tussen deelnemers in de bevoorradingsketen, van producent tot consument. Consumenten worden bijvoorbeeld gestimuleerd een bijdrage te leveren. Dat kan door middel van bewustwording en voorlichting over duurzame consumptie en een duurzame levenswijze, informatieverstrekking via normen en labels en duurzame openbare aanbestedingen.
Het gebruik van vervuilende energiebronnen moet worden teruggeschroefd, want ondanks de technologische vooruitgang verbruikten OECD-landen in 2020 nog circa 35% meer energie dan hun reeds deels verduurzaamde tegenhangers. Daarbij dient te worden veilig gesteld dat het kleine percentage aan drinkwater dat wereldwijd beschikbaar is, minder vaak wordt vervuild en verspild.
Op het gebied van voedselproductie moet de verdeling beter. Terwijl vele honderden miljoenen mensen honger hebben, is er in sommige delen van de wereld juist te veel en ongezond eten, wat aldaar zorgt voor obesitas, hart- en vaatziekten en onnodige sterfte. Het doel is om in 2030 voedselverspilling te hebben gehalveerd.
De productie én consumptie moeten schoner. Het doel is om chemicaliën en ander afval in de lucht, water en bodem structureel te verminderen. Het is de bedoeling om de hele waardeketen bewust te maken van de problemen en te laten meehelpen bij de oplossingen. Van boer tot supermarkt, tot gemeentes, waterbedrijven en uiteindelijk de consument: zorgen dat iedereen voldoende informatie heeft over een groene levensstijl.
De economie zal steeds meer circulair worden. In Nederland moet dat in 2030 al maar liefst 50% zijn. Voor ondernemers een uitdaging én een kans, want de hele waardeketen raakt stap voor stap aangesloten en geïntegreerd. Bijvoorbeeld doordat overheden als de provincie en gemeenten duurzaam gaan aanbesteden en inkopen op basis van de 17 Global Goals van de Verenigde Naties. In eerste aanleg nog slechts voor duurzame voeding en gezondheid (Global Goal 2 en 3), maar door de verwevenheid van duurzame doelen heeft dat ook direct effect op Global Goal 12: duurzame productie (voor duurzame consumptie).