Het is tijd om te heroverwegen hoe voedsel wordt verbouwd, gedeeld en geconsumeerd. Als het goed wordt gedaan kunnen landbouw, bosbouw en visserij iedereen voorzien van voedzaam voedsel en een fatsoenlijk inkomen. Bovendien zorgt dit voor ontwikkeling op het platteland die is gericht op mensen en bescherming van het milieu. De kwaliteit van de bodem, het zoetwater, de oceanen, bossen en biodiversiteit op Aarde gaat momenteel snel achteruit.
Door klimaatverandering komen de natuurlijke bronnen – waarvan de mensheid afhankelijk is – onder nog meer druk te staan. Dit vergroot de kans op natuurrampen, zoals droogte, bosbranden en overstromingen. Het lukt veel mannen en vrouwen in plattelandsgebieden niet meer om de eindjes aan elkaar te knopen, waardoor ze op zoek naar werk worden gedwongen te migreren naar schamel onderkomen in snel groeiende voorsteden.
In 2030 mag niemand op de wereld meer honger lijden. Iedereen moet toegang hebben tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel, het hele jaar door. Ook moet nog veel gebeuren op het gebied van voedselveiligheid. Global Goal 2 richt zich onder meer op het beëindigen van alle vormen van ondervoeding. Daarvoor dient specifieke aandacht uit te gaan naar de voeding van jonge vrouwen, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en naar de voeding van oudere mensen.
In 2050 zal de wereldbevolking zijn toegenomen tot bijna 10 miljard mensen. Daarom richt Global Goal 2 zich tegelijkertijd op de voedselproductie. Zo moeten in 2030 duurzame systemen beschikbaar zijn voor voedselproductie. Hiervoor moet de – duurzame – voedselproductie omhoog, zonder ecosystemen (verder) aan te tasten. In 2030 moet de productiviteit en het inkomen van agrarische middelen- en kleinbedrijven zijn verdubbeld. Hierbij gaat speciale aandacht uit naar kwetsbare groepen als vrouwen, vissers en oorspronkelijke bewoners van een land of gebied. Om dit te bereiken moet onder meer beter worden gelet op een eerlijke verdeling van land en toegang tot financiële markten.
Wie hard werkt moet goed en gezond eten. Zeker in de (maak)industrie blijft het een uitdaging om het ‘broodje bal’ te vervangen door voeding die soortgelijk eetgenot geeft. Lekker kan ook gezond zijn. De vraag is: hoe kan een bedrijf de inkoop voor de kantine zo duurzaam mogelijk maken? Temeer, omdat overheden – zoals de provincie – het eten nu al aanbesteden op basis van duurzame doelen. Zo wil de provincie haar gasten en medewerkers verantwoord welkom heten met heerlijke én eerlijke voeding.