Je leest in dit verhaal
- Hoe je als familiebedrijf generatie op generatie kan blijven innoveren
- Wat er voor nodig is om als MKB-bedrijf een B Corp-status te verwerven
- Waarom ABN AMRO Bank kiest voor textiel-stuc en Tommy Hilfiger voor jeansvezel-behang
- Waar die ontembare drang naar duurzaamheid bij Bas vandaan komt
Met regelmatige streken strijkt de verfkwast van de vakman al jaar en dag over het harde hout van kozijnen, luiken, deuren en goten. De natuurzuivere verf droogt langzaam maar gestaag. Het bindmiddel op natuurlijke basis bestaat uit tot olie geperste zaadjes van vlasplanten. Paarskleurig groeien en bloeien ze op velden van toekomstbestendige boeren. Agrariërs die zelf ook beschikken over een volhoudbare visie op de toekomst. De lijnolieverf die Gebroeders van der Geest doorontwikkelde tot een hoogwaardig product, is ruim een decennium op de markt. Het belang van duurzaam vastgoedonderhoud stijgt gestaag. Naast monumentale gebouwen vormen duurzaam gebouwde woningen momenteel de hardst groeiende marktniche. Nieuwe innovaties op basis van vlas dienen zich alweer aan. De steeltjes van vlas bestaan uit zeven fijne vezels die kunnen dienen om innovatieve bio-composieten te maken, stevig plaatmateriaal voor duurzame bouw. Zelfs hoogwaardige High Pressure Laminate-platen voor buitengebruik op gevels kunnen al biobased worden gemaakt. Een andere toepassing van deze restanten van de vlasverwerking is de productie van natuurlijk isolatiemateriaal: duurzaam vlaswol voor thermische isolatie van spouwen, daken en vloeren. Stuk voor stuk kansen voor een betekenisvolle economie, waarin baanbrekende innovaties de nieuwe weg wijzen naar de toekomst. Maar er is meer innovatiekans, veel meer: naast duurzame lijnolieverf ook biobased kwasten-gel, textielstuc, en jeansvezelbehang.
Veranderingen zien als kansen: dat ís innovatie. Het is één van de slechts twee instrumenten die een ondernemer tot zijn of haar beschikking heeft. Het andere instrument is marketing. Marketing én innovatie, want om die evenwichtige balans draait het volledig: vraag én aanbod volhoudbaar met elkaar verbinden. DGA Bas van der Geest (1967) weet daar alles van. Het zoeken naar die balans typeert ook zijn ondernemersbrein, zijn twee hersenhelften die hij dagelijks gebruikt. Enerzijds zijn creatieve drang naar verandering. Anderzijds zijn rationele drift om zaken goed te organiseren, op de korte én voor de lange termijn. Tegelijkertijd is het zijn persoonlijke uitdaging om niet in één van de twee door te schieten, want innovaties in nieuwe markten voor andere klanten omzetten naar concrete verkopen, dat blijft ook voor hem een dagelijkse uitdaging. Zijn ondernemerskunst.
Kansen pakken
Bas denkt in kansen, feitelijk ziet hij overal kansen, althans op zijn werkterrein van integraal vastgoedonderhoud. Buiten én binnen. Het begon allemaal bij het schilderonderhoud. Al gauw kwam hij voor het buitenwerk ook uit bij het voegwerk, de ramen, de deuren en de daken. Inmiddels beslaat de dienstverlening van het bedrijf – dat hij samen met zijn broer leidt – het gehele vastgoedonderhoud van grote, middelgrote en kleine gebouwen. Ze werken voor woningbouwcorporaties, scholen en zorginstellingen in Oost-Nederland. Niet daarbuiten, want heel bewust wil Bas de dagelijkse belasting van zijn teams óók in balans houden: ‘Onze 80 collega’s zijn niet gediend met urenlange reistijden naar alle uithoeken in ons land. Die uren kunnen ze veel productiever besteden bij klanten in en rondom deze regio. Onze kennis van gevels en van gevelonderhoud is in de loop der jaren zo breed en diep gegroeid, dat onze vakmensen daarin hun hele ziel en zaligheid kwijt kunnen.’
Pallet aan innovaties
Zonder twijfel is zijn ondernemersstijl gevormd aan de keukentafel thuis, in zijn jeugd. Bas: ‘Zoals in elk familiebedrijf is die vertrouwde, gezamenlijke plek het draaipunt waar successen én zorgen dagelijks met elkaar worden gedeeld. De lange termijn stond bij ons thuis altijd centraal: wat doen we goed óf fout voor de volgende generatie? En als het een bepaald jaar wat minder ging, dan werden de reserves aangesproken, waarna het verlies of de pijn gezamenlijk werd gedragen, dus onderling verdeeld. Nú is het aan mijn generatie om het bedrijf op orde te houden: klaar voor de volgende generatie die zich aandient. Ik wil deze onderneming later beslist niet stoffig overdragen, juist transformeren, door te blijven innoveren. Bovendien deel ik de zorg van velen van mijn generatie: in welke wereld komen onze kinderen straks terecht? Ook al is je rol maar heel klein, toch heb je als bedrijf en als bedrijfsleiding een voorbeeldfunctie, van generatie op generatie, maar ook tegenover collega’s, en tevens voor ondernemers in andere branches en sectoren.’
Generatie op generatie
Zijn overgrootvader begon in 1922, zijn opa nam het bedrijf over in 1934, zijn vader zette het bedrijf voort in 1966, en Bas en zijn broer zijn eindverantwoordelijk sinds 2006. Deze vierde generatie heeft inmiddels al weer de vijfde klaar staan: bij Bas vier zonen, bij zijn broer twee dochters. De eerste zoon ruikt en proeft momenteel aan het vak van vastgoedonderhoud bij een concullega aan de andere kant van het land. In feite staat er voor deze hele vierde generatie een kleurenpallet aan bedrijven klaar, want de innovatiekracht van Gebroeders van der Geest is inmiddels zo vergroot, dat tegen de tijd van overdracht in potentie ruimte is om met meerdere eigenaren het bedrijf nog verder uit te bouwen.
Potentiële groeimarkten
‘Een kleurrijke medewerker van mijn vader, Kees Rolsma, was als mens dag en nacht met de natuur bezig. Als buitenschilder was hij heel spits op die nare oplosmiddelen, dat vond hij helemaal niks. Op een bepaald moment adviseerde mijn vader hem om desnoods zèlf maar bioverf te gaan maken. En spontaan deed hij dat, met veel enthousiasme. Jarenlang was hij onze bioverfmaker op basis van natuurlijke vlaszaadjes, een onuitputtelijke bron in de natuur. De lijnolie is dan het natuurlijke bindmiddel voor de verf. Op een gegeven moment werd Kees ziek, maar onze schilders hadden opeens geen lijnolieverf meer. En de biobased receptuur zat volledig ín het hoofd van zieke Kees. In 2010 hebben we toen alles van hem overgenomen. Een professor van de universiteit heeft voor ons alle recepten genoteerd uit de mond van Kees. Twee keer zelfs, om er heel zeker van te zijn dat het helemaal perfect klopte. Alles werd consistent gedocumenteerd. Toen konden we verder.’
Kleurenmengsysteem
Bas vervolgt: ‘Al gauw bleek dat klanten altijd die veertiende kleur willen, net even anders dan de dertien die we standaard al hadden. In 2012 zijn we radicaal opnieuw begonnen met het opzetten van deze biobased verfproductie. Door een R&D-er in dienst te nemen konden we een compleet eigen kleurenmengsysteem ontwikkelen, met aan de basis zowel wit als transparant, voor het mengen van donkere kleuren. Sindsdien beschikken we over een unieke oplossing voor al onze biobased verven, en dat hebben we te danken aan Kees Rolsma. Ere wie ere toekomt!’

Een wereld te winnen
Al gauw kwam een nieuwe vraag bovendrijven: “Hoe ziet de totale levenscyclus van de lijnolieverf er eigenlijk uit?”. Bas: ‘Dit was onze kans om door middel van een levenscyclusanalyse aan te tonen dat biobased verf een positievere voetafdruk heeft dan chemische verf. Weliswaar is ons dat gelukt, maar het was wel een uitdaging, omdat de standaard rekenmethodiek van de LCA steeds in ons nadeel werkte. Het landgebruik voor het verbouwen van vlas voor duurzame verfproductie wordt helaas nog steeds niet positief beoordeeld ten opzichte van het landgebruik voor het verbouwen van gewassen voor menselijke consumptie, zoals graan. Merkwaardig maar waar.’ Uiteindelijk kwam Bas voor een nóg grotere uitdaging te staan: ‘Ons bleek dat marktdominante producenten van chemische verf slechts één druppel lijnolie mogen toevoegen om hun producten al “volledig” biobased te noemen. Daarop zijn we naar de vereniging van verfproducenten gestapt om helder te krijgen wat het minimale percentage aan natuurlijk bindmiddel moet zijn. Lijnolie droogt door verdamping, dus door zuurstof, in circa acht uur tijd. Onze insteek was, is en blijft dat dit minimaal 50 procent natuurlijk bindmiddel dient te zijn. Tot op heden is zo’n internationale norm nog niet vastgesteld voor of door deze sector, maar ik houd hoop en vertrouwen. De wereld verandert snel ten positieve. Tot die tijd blijft het dus appels met peren vergelijken als je wilt werken met lijnolieverf.’
Verandering afdwingen met marktvraag
Gelukkig doet de groeiende marktvraag hier langzaam maar zeker z’n eigen marktwerking. Bas: ‘In de bouw worden meer en meer circulaire woningen gerealiseerd, vaak met innovatieve bouwmethoden. Onze duurzame verf past daar naadloos bij. Dus kiezen meer en meer bouwers voor het volledig biobased afschilderen, temeer omdat onze verf niet duurder is dan het chemische alternatief. Toch stel ik dan vast dat de biobased economie enorm wordt geremd door die behoorlijk overheersende chemische industrie, die feitelijk pas sinds 1950 internationaal is komen kijken, terwijl lijnolieverf wereldwijd al honderden jaren in zwang is.’ Voor Bas is het allemaal zo logisch, zo natuurlijk: ‘Innovatie, duurzaamheid, vooruitkijken. In mijn enthousiaste wereldbeeld zie ik slechts kansen. Het is – althans voor mij als ondernemer én voor mij als mens – allemaal zo helder: als niemand iets doet, dan gebeurt er ook niets. Daarom vind ik het een taak van álle ondernemers om zich druk te blijven maken voor voortdurende verandering, voor volhoudbaar innoveren. Bovendien: om ook andere ondernemers te inspireren. Uiteindelijk zullen we het met elkaar moeten zien te rooien. De Aarde vraagt écht anders denken én anders doen!’
Ontgroeien voor groene groei
Vanzelfsprekend is er ook een economische reden. Bas: ‘Het is nu dus duidelijk dat je kunt “ontgroeien” door groene groei. Neem onze biobased kwasten-gel. Op een gegeven moment was het in ons bedrijf en dat van andere schildersbedrijven de gewoonte om kwasten snel weg te gooien, omdat ze indrogen. Was een nieuwe kwast echt beter? Nee, helemaal niet, zo bleek! Want een vakschilder wil heel graag zijn eigen kwasten behouden en goed verzorgen, juist omdat die kwast naar zijn hand is gaan staan. Dan schildert het gewoon fijner, preciezer. Met onze wereldwijd gepatenteerde kwasten-gel wordt na iedere schildersdag de kwast luchtdicht afgesloten in een bijpassende pot met onze speciale gel. Ons product wordt in een groeiend aantal landen vanuit bouwmarkten en specialistische schilderzaken verkocht onder private label. In Frankrijk hebben we er zelfs een innovatieprijs mee gewonnen!’
Weer een innovatiekans: textielstuc
Ecologie en economie zijn dus weldegelijk goed met elkaar te combineren. Bas: ‘Toen de lijnolieverf klaar was, de biobased kwasten-gel in de markt stond, kwam er spontaan tijd voor mij vrij om weer nieuwe kansen te pakken. Dus dacht ik: nu van buiten naar binnen. Ecologie met economie verbinden is een kwestie van slim combineren, dus bewust innoveren voor de lánge termijn. Toen ik in de regionale krant las dat maar liefst 80 procent van al het textiel dat mensen afdragen eindigt in de verbrandingsovens, dacht ik direct: “Dit is een innovatiekans van formaat!”. Omdat wij de hele bouwkolom kennen, past deze marktkans perfect in ons beheer van binnenruimtes in kantoren en instellingen, en ook voor particuliere woningen. Met twee briljante studentes van Saxion Hogeschool hebben we alles uitgezocht en uitgeplozen. Maar liefst 3.000 documenten namen zij tot zich en concludeerden dat het kan: gerecyclede bedrijfskleding als verfraaiing, als geluiddemping, of als isolatie op muren en plafonds. Omdat bedrijfskleding vaak vol zit met bedrijfslogo’s, is het zaak om alle uniformen goed te verwerken aan het einde van de levensduur, ook om veiligheidsredenen. Dan worden de stoffen eerst doormidden gehakseld, vervolgens heel fijn vervezeld, om daarna als non-woven vezelstructuur dienst te doen. Eén baal bestaat uit 250 kilo gerecyclede kledingvezels, goed voor 500 vierkante meter verantwoorde binnendecoratie.’
Afgekeurde mantelpakjes op de Zuid-as
Bas vervolgt: ‘Binnen is er nu een groeiende hoeveelheid variaties op dit interieurtextiel. Het begon bij de natte textielstuc op basis van uniformen van ABN AMRO Bank, die als wanddecoratie is aangebracht in het bankgebouw op de Zuid-as in de hoofdstad en tevens een geluiddempend effect heeft. Bij eventueel verhuizen kan deze sierpleister weer gemakkelijk worden verwijderd, en direct worden hergebruikt op een andere locatie. Ook diende de Amerikaanse winkelketen van Tommy Hilfiger zich aan, die de door klanten ingeleverde spijkerbroeken niet als sierpleister maar als droog behang op de muren wilde hebben in hun kledingwinkels wereldwijd. Ook voor deze muurdecoraties gold dat ze gemakkelijk weer verwijderd moeten kunnen worden, voor hergebruik, zodra winkels weer verhuizen naar betere verkooplocaties. De natte en de droge muurdecoratie hebben allebei hetzelfde geluiddempende effect als het aanbrengen van gordijnen. En beide zijn volledig circulair. Als variatie op dit thema diende zich recentelijk een derde innovatiekans aan. Snijresten van de productie van raambekleding voor in het interieur, kunnen vanzelfsprekend ook prachtig worden hergebruikt om weer gloednieuwe, gerecyclede raamdecoratie van te maken.’
Een bedrijf van doeners
Met innovatiepartners ontwikkelt en co-creëert Bas volop: ‘Samen met Coulisse uit Enter, Verosol uit Eibergen, Gaudium uit Winterswijk, en Stichting Texperium uit Haaksbergen, wordt bekeken hoe hoogwaardige, homogene reststromen van superieure materialen het beste kunnen worden benut voor nieuwe wanddecoraties. Bovendien biedt het kansen om in dezelfde kleur aanverwante producten te ontwikkelen die naadloos aansluiten bij het interieur. Eenheid in verscheidenheid. Dit innovatieproject heeft een looptijd van twee jaar. Alle partners verwachten er veel van. Voor ons betekent het ook toegang tot andere marktniches.’ Ondertussen wisselen hier de afstudeerstagiaires van de hogeschool elkaar af. Ieder jaar studeren er wel aan paar af op innovaties die door Bas zijn bedacht: ‘Hogeschool Saxion is briljant, en dan heb ik het niet alleen over de textielafdeling. Deze totale kennisinstelling is meer dan gedreven om verbintenissen aan te gaan met het bedrijfsleven. “Lerend werken” heet dat. In de dagelijkse praktijk werkt dat geweldig. Deze studenten zijn heel praktisch en pragmatisch. Doeners. Recent hebben we weer een paar afgestudeerden kunnen aannemen. Hun opdracht is om innovaties meer en beter naar onze markten te helpen brengen.’
Innovaties kosten geld
De vraag is of al deze innovaties mogelijk waren geweest als de onderneming van Bas en zijn broer geen familiebedrijf was geweest. Bas: ‘Innovatie kost geld. Niets doen kost nog veel meer geld, want dan snij je jouw hele bedrijf af van de steeds sneller veranderende toekomst. En uiteindelijk drogen dan ook je marketingkansen op. Je moet dus wel open staan voor innoveren. Bovendien je ook realiseren dat bijvoorbeeld innovatiesubsidies kosten met zich meebrengen, en niet enkel budget opleveren, want iedere subsidie moet tot drie cijfers achter de komma worden verantwoord. Die bureaucratische kant voelt menig ondernemer als een zware last, hoe noodzakelijk die publieke verantwoording van belastinggelden terecht ook is. Gratis geld bestaat dus niet. Het is en blijft een kwestie van bewuste keuzes maken. De eerste vraag is dan: “Is deze innovatie nodig om het bedrijf toekomstbestendig te houden?”. En zo’n vraag kan snel relevant zijn. Zo staat de bouwwereld aan de vooravond van rigoureuze veranderingen. Modulair bouwen zal een grote vlucht nemen, waarbij met duurzame materialen hele huisdelen al in een aangename productiehal in elkaar worden gezet, om later buiten als Lego-blokjes bij elkaar te worden gebracht. Schilderwerk krijgt dan een hele andere plek in het bouwproces. Wij denken dat het marktaandeel voor enkel en alleen schilderwerk zal afnemen, en zal verschuiven naar totaal vastgoedonderhoud. De wereld verduurzaamt steeds sneller. Dat zetten wij om in kansen, voor toekomstbestendig ondernemerschap.’
Duurzame doelen
Jaarlijks maakt het bedrijf een impactverslag. Bas licht toe: ‘Vanzelfsprekend hebben we in ons gebouw volledig ledverlichting. Ook staat ons dak al jaren vol met zonnepanelen. Bovendien hebben we kozijnen niet van hardhout uit het Verre Oosten, maar gewoon van vurenhout uit verantwoorde Oostenrijkse bossen. Tevens hebben wij het nieuwste vacuüm glas toegepast met de hoogst haalbare isolatiewaarde. Ook ons wagenpark wordt steeds verder geëlektrificeerd. In het voorjaar gaan we rondom ons gebouw over van groengras naar zoemgewas. Deze vlindertuin zal ongetwijfeld bijdragen aan de lokale biodiversiteit. Dat geldt ook voor de gevelplanten die we gaan aanbrengen om hier ter plekke in de zomermaanden verkoeling te krijgen. Wij zien dit als vanzelfsprekende, kostenbesparende vormen van verduurzaming, die iedereen – bedrijfsmatig en privé – gewoon móet doorvoeren. Sinds het vaststellen van de 17 duurzame doelen door de Verenigde Naties, is er wereldwijd een prachtig raamwerk ontstaan, gericht op een volhoudbare toekomt. Toch houden wij hier als bedrijf niet krampachtig aan vast. Juist niet, eerder omgekeerd. Wij varen al jaar en dag een eigen koers, en we kijken van binnen naar buiten welke van de doelen praktisch passen bij het duurzame doel dat wij onszelf hebben gesteld voor de toekomst. Puur vanuit onze maatschappelijke betrokkenheid.’
Benefit corporation
Bas rondt af: ‘Dát is ook de manier waarop we als bedrijf werken aan onze B Corp-status. Zo zetten we een plus op ons huidige mvo-label. Het B Corp-certificaat gaat aantonen dat wij als onderneming transparant, ethisch en duurzaam opereren. Een strenge voorwaarde is dat we een bedrijfsmissie hebben die niet alleen om winst draait. Wij kiezen bewust voor dit uitgebreide assessment, omdat we ons klanten, onze partners, én onze medewerkers willen laten zien wie we zijn en waar we voor staan. Dat is een volhoudbare manier van ondernemen. We denken groen, en we doen groen! Wij zijn op reis naar een betere toekomst.’
Ondernemersprofiel Bas van der Geest (1967)
Studie: Ondernemersschool en NIMETO Utrecht
Onderneemt als: DGA, samen met zijn broer Dick van der Geest
Thuissituatie: Vrouw en vier kinderen
Aantal medewerkers: 80
Levenswijsheid: “Wij zijn op reis naar een betere toekomst!”
Ondernemerstrots: Vierde generatie familiebedrijf, vijfde staat klaar
Global Goal(s): #8 Verantwoord werk en economische groei
(Ont)groeien vóór 2030: snelheid aanpasbaarheid onderneming
Blik op de horizon tot 2050: doorgeven onderneming aan volgende generatie
Laatste LinkedIn post: B-corp een inspiratiebron voor betekenisvol ondernemen
Sleutelmoment: Jubileum 100-jarig bestaan: juli 1922 – 2022
Vallen en opstaan: Implementatie van innovatie
Managementboekentip: Jan Rotmans, ‘Verandering van tijdperk’, 2014

