Bert Nijhuis directeur van Profextru Productie in Hardenberg: 'onze mensen zijn de duurzame drijfkracht voor een volhoudbare toekomst.'
Het lagedrukgebied diept verder uit. Beaufort-kracht neemt steeds sterker toe. De woeste wind zweept het water op in het kanaal, langs de sloten en over vijvers. Door een deinende beweging spatten de golven in duizenden waterdruppels uiteen op de kunststof damwanden, walkanten en oeverbescherming langs deze wilde waterwegen. Ooit sloegen regendruppels tegen ditzelfde kunststof aan, toen het nog kozijnen en deuren waren van huizen en bedrijfsgebouwen aan de wal.
Door alle bestanddelen van de kunststof kozijnen en deuren secuur te scheiden en door de vrijgekomen materialen te versnipperen. Ontstaat een tweede leven voor een kostbare bron: aardolie. Na het recyclen heeft het slagvaste en krasbestendige kunststof beide sterkten behouden. Dan krijgt het een nieuwe bestemming als oever- en dijkbescherming, als scheidingswanden en als gevelbekleding. Straks, heel veel decennia later, aan het einde van de gebruiksduur. Kan deze gerecyclede grondstof opnieuw volledig worden hergebruikt in het productieproces. Dat maakt de circel rond en de echte levensduur in beginsel oneindig.
Duurzaamheid is een breed begrip. In de kern draait het om bestendig omgaan met- van oorsprong natuurlijke- hulpbronnen. In een duurzame wereld zijn sociale (People), ecologische (Planet) en economische (Profit) aspecten met elkaar in evenwicht. Kersverse ondernemers hebben het voordeel dat ze met een schone lei kunnen beginnen. Deze starters hebben een creatief idee en proberen voor hun concrete oplossing de juiste klanten te vinden. Voor hen is maatschappelijk verantwoord ondernemen inmiddels een eerste of tweede natuur. De duurzame doelen voor 2030 en 2050 zien zij per definitie als “afgedwongen marktvraag”. Beginnen met een groene lei levert deze jonge ondernemers uit de dop dus voordelen op vanuit hun eigen ecologische betrokkenheid en sociale blikveld. Dat plaatst hen tegenover traditionele bedrijven die de markt primair economisch benaderen met hun halffabricaten of eindproducten.
Voor de bestaande maakindustrie is duurzame ontwikkeling ronduit een uitdaging. Moeten huidige processen deels worden aangepast of zelfs volledig omgevormd? Dat vergt ondernemersgeest, verlangt visie op de lange termijn, een blik over de horizon. Of gewoon: geluk (bij een ongeluk) hebben. Want een concreet bedrijfsvoorval of een onverwachte marktverandering kan een onderneming ook spontaan dwingen om juist die economische aspecten als vertrekpunt te nemen voor meer duurzaamheid. Dat overkwam productiebedrijf Profextru uit Hardenberg, als ruim 60 jaar actief als grote verwerker van kunststof voor klanten in Europa en de rest van de wereld. Directeur Bert Nijhuis (1962): “Al onze kunststofproducten verwerken we binnen ons bedrijf op deze productielocatie. Het gerecyclede granulaat komt van professionele afvalverwerkers uit heel Europa. Zij verpulveren de kunststof kozijnen en deuren van woningen en gebouwen tot gerecyclede grondstof, het granulaat. Die korrels hebben hun primaire eigenschappen behouden en zijn vervolgens onze duurzame bron voor productie. Vanzelfsprekend controleren we bij binnenkomst deze gerecyclede grondstoffen op tal van parameters.
Met name het behoud van slagkracht is essentieel en doorslaggevend voor onze producten, die immers stuk voor stuk voldoende dragend vermogen moeten hebben. We kopen in op de kwaliteit van het granulaat. We zijn heel bedreven in het verwerken tot grote kunststof profielen. Overigens is het verschil in kostprijs tussen gerecyclede kunststof en nieuw granulaat aanzienlijk, ook al wisselen de inkoopkosten geregeld door veranderde stemmingen in de internationale economie. Momenteel voegen we nog wel een klein percentage nieuwe kunststof toe, maar het is slechts een kwestie van tijd dat onze producten volledig bestaan uit gerecyclede materialen. De cirkel is dus nog niet volledig rond, wel nagenoeg. Momenteel voegen we nog wel een klein percentage nieuwe kunststof toe, maar het is slechts een kwestie van tijd dat onze producten volledig bestaan uit gerecyclede materialen. De cirkel is dus nog niet volledig rond, wel nagenoeg. Momenteel doet Profextru een proef met een Italiaanse toeleverancier en de gemeente Hardenberg om een unieke damwand te realiseren die honderd procent bestaat uit gerecyclede bestanddelen.”
Bert blikt terug in de tijd: ‘Rond de eeuwenwisseling kwam dit bedrijf onverwacht in zwaar economisch weer terecht. Tegenwind dwong de directie tot harde keuzes, duurzame keuzes welteverstaan. Nieuwe grondstoffen blijven gebruiken gebruiken was gewoon te kostbaar. Gelukkig kwam er een groeiend alternatief beschikbaar: gerecycled kunststofgranulaat. Toen alles was doorgerekend en onze ondernemers en materiaalexperts ook hun zegen hadden gegeven, was ons totale team om. De drie ploegen in het productieproces wenden er ook snel aan.
‘Voor de volgende generatie wil de hoofdaandeelhouder dit bedrijf goed en gezond kunnen doorgeven’
Vanzelfsprekend was eerst een aantal aanpassingen in de productie en organisatie noodzakelijk. De omstandigheden toen dwongen ons om creatief te zijn, om waar mogelijk fundamenteel op kosten te besparen door keuzes voor de lange termijn te maken. En die duurzame omslag, dat voordeel van pure kostenreductie, is toen de grondslag geworden van ons bloeiende bedrijf nu. Dus Triple P niet primair vanuit de Planet of vanuit de People, maar gewoon vanuit de Profit, het economische motief en dan vanzelfsprekend ten behoeve van alle drie P’s.’
Gesprekken met klanten en toeleveranciers halen de dilemma’s naar boven. Bert: ‘Het antwoord op moeilijke vragen is steeds hetzelfde: blijf innoveren. Duurzaam innoveren is wat wij doen, maar dan wel op een – economisch – volhoudbare manier. Dat kan door geen gekke dingen te doen. Daarom spreekt mij de reclamespreuk van Klaverblad Verzekeringen zo aan: “Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder”. Weliswaar is dat een coöperatie en is Profextru een op continuïteit gerichte onderneming met aandeelhouders die winstgevendheid verwachten, toch denk ik dat wij heel “coöperatief” zijn. De bron daarvan ligt in onze bedrijfscultuur, die nauw verwant is aan de regionale cultuur hier in het Overijsselse Salland. De mensen zijn als Sallanders nóg “nuchterder” dan de Twentenaren en de Achterhoekers al zijn. We zijn echt heel zuinig op onze collega’s. Want ze moeten nog heel lang mee, net zoals onze producten. Jonge mensen mensen zijn zich echt heel bewust van de eigenheid van grondstoffen, merken we bij sollicitatiegesprekken. Op hun beurt zetten zij de middelbare en oudere collega’s weer aan het denken. Van nature zorgt ons bedrijf goed voor de medewerkers. Diezelfde zorg komt dus ook in onze oplossingen tot uitdrukking.
‘Uiteindelijk zijn we gewoon een fabriek: er gaat iets gerecycled in en er komt iets circulair uit’
Zo zorgen we ook goed voor onze klanten en de rest van de samenleving. Wel vind ik dat onze diversiteit als productiebedrijf omhoog kan. We hebben slechts vijf vrouwelijke collega’s op vijftig medewerkers in totaal. We hebben een uitstekende 60+ regeling, zorgen voor sportieve ontspanning. Ook nemen we bewust mensen met een maatschappelijke achterstand op in onze teams. Scholing, bijscholing en training zijn enorm belangrijk. En we zetten vol in op stageplaatsen voor jongen mensen, zodat zij in de productieprocessen en op kantoor hun praktijkervaring kunnen opdoen en wij met hen in contact kunnen komen en blijven. Immers, zij zijn onze toekomst, daar willen we graag in blijven investeren. En dat loont, want als geheel heeft onze organisatie als productiebedrijf een echt ongekend laag ziekteverzuim van slechts 1,45 procent, tegen een gemiddelde van 6,70 procent in de industrie. Onze mensen kunnen lang mee, ook ná hun pensionering. Weer zo’n “omgekeerde manier” van kostenbesparing, nu gericht op duurzaam personeelsbeleid, de P van people. Bedrijfsbreed investeren we in mensen. Een organisatie moet in balans zijn. Onze aandeelhouders willen het bedrijf op termijn goed kunnen doorgeven aan volgende generaties. Ook bij de eigenaren zien we een groeiend bewustzijn over de noodzaak van volhoudbaar veranderen.’
De Profextru-organisatie zit in een gestaag proces van meer en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bert: ‘Vanzelfsprekend beschikken we over de bekende kwaliteitscertificeringen. Daarnaast over de bijbehorende milieucertificaten. We werken nu ook aan ISO 26000 en bovendien zijn we bezig de MVO prestatieladder te bestijgen. De LCA en CO2-voetafdruk van onze oplossingen waren het vertrekpunt. Nu willen we verder, willen we meer. Het is echt een proces én het moet allemaal functioneel blijven, geen papierwerk worden maar mensenwerk blijven. We vertellen het allemaal aan onze klanten, maar het is en blijft afhankelijk van de markt hoe intensief of gedoseerd we dat kunnen doen.
Kijk, onze oplossingen zijn bijna voor 100 procent van gerecyclede grondstoffen. Al onze overheidsklanten kopen duurzaam in. Dat is zo’n 40 procent van onze omzet. De overige 60 procent van onze omzet gaat naar kanten waar duurzaamheid nog een onderschikte rol of bijrol speelt. Die resterende 60 procent heeft dus nog tot 2030 om diezelfde omslag door te maken. Dat kan, denken we, omdat we er klaar voor zijn. We hebben een goede uitgangspositie. Door steeds één stap voor te blijven op veranderingen in deelmarkten, houden we goed voelig met onze klanten én met hun veranderende houding ten opzichte van duurzaamheid. De lopende discussie over stikstof in zowel de bouwbranche als de agrarische sector volgen we op de voet. Nadrukkelijk informeren we onze klanten over de beschikbare alternatieven. Want alle kleine beetjes helpen.’
Veel traditionele ondernemers worstelen nog met de noodzakelijke transitie voor een volhoudbare toekomst. Bert: ‘Inderdaad, soms kijken ondernemers toch nog wat gereserveerd naar het onderwerp “duurzaamheid”. De reactie is dan: “dat is lastig, dat kost geld, dat is een ballast”. Toch: als je het op de juiste manier doet, dan bespaar je kosten en tegelijkertijd het milieu en bouw je aan een betere toekomst, ook voor je bedrijf en je medewerkers. Zuinig zijn op grondstoffen is goed voor de portemonnee én goed voor de omgeving. Aan de omzetkant hadden we anders geen verhaal gehad. Dat hebben we wel. Zo is al bijna de helft van de omzet blijvend verduurzaamd. Zonder al onze duurzame inspanningen was dit substantieel lager geweest, sterker nog: dan hadden we aanbestedingen op duurzaamheid niet kúnnen winnen. Er moet een voordeel in zitten voor de klanten én voor de ondernemers. Je ziet een omslag in bepaalde sectoren. Daar beginnen ondernemers zich te realiseren dat hoe de afgelopen 40 jaren is gewerkt, niet langer kan blijven doorgaan. Onze bedrijfscultuur is niet zo dat wij hoogdravend de wereld willen verbeteren. We denken we na over dingen, maar onze nuchtere bescheidenheid voert hier steeds de boventoon.’
In de meeste markten gaat het inmiddels van “nice to have” via “need to have” steeds vaker naar “must have”. De 17 duurzame doelen van de Verenigde Naties moeten in de komende jaren tot 2030 worden gerealiseerd. Bert: ‘duurzaamheid is heel goed te combineren met een winstgevend bedrijf. Ondernemers vergeten dat het kansen biedt, met name intern. Het hoort ook bij het waarborgen van de continuïteit. Jongeren hebben we morgen nodig, terwijl we de ouderen zo lang mogelijk op een verantwoorde manier willen blijven inzetten. Het bijzondere is dat we dit elke dag doen. De randvoorwaarden waren sinds begin deze eeuw al aanwezig, zodat we tegenwoordig meer en meer kunnen scoren op duurzaamheid. Wij vinden het níet bijzonder, het is onze verantwoordelijkheid. Door onze regionale cultuur zijn we nuchter en doen de dingen op onze vertrouwde en dus verantwoorde manier. Dat is hier goed in balans.
Iedereen beweegt mee en draagt op zijn of haar eigen niveau bij. We houden rekening met het hele bedrijf en kijken niet uitsluitend en alleen maar naar cijfers. Voor ons is dat: praktische duurzaamheid. De lange termijn vóór de korte termijn. Onze aandeelhouders snappen dat, want die weten uit de praktijk dat de ene maand niet de andere is. Die kijken ook op de lange termijn, verlangen van ons om te investeren in mensen én te innoveren in onze productieprocessen. Daarom nemen we ook jonge mensen met potentie aan, als potentieel opvolgers van straks oudere collega’s.’
Studie: HTS Bedrijfskunde
Onderneemt als: Directeur
Thuissituatie: vrouw en drie kinderen
Aantal medewerkers: 50, waarvan 5 vrouw
Levenswijsheid: ‘Blijf altijd jezelf’
Ondernemerstrots: Het ziekteverzuimpercentage van 1,45 procent
Global Goal(s): #12- Verantwoorde productie en consumptie
(Ont)groeien vóór 2030: Gerecyclede grondstoffen voor alle producten
Blik op de horizon tot 2050: Alle klanten zijn zelf ook duurzaam
Sleutelmoment: ‘Toen we de eerste overheidsaanbestedingen wonnen op duurzaamheid’
Vallen en opstaan: ‘Diversiteit in een productiebedrijf blijft een uitdaging. Nu zitten we op 10 procent’
Boekentip: ‘Cradle to Cradle: afval = voedsel’ van Michael Braungart en William McDonough, 2007
De ambitie van algenkweker Duplaco in Oldenzaal is om uit te groeien tot de grootste…
Zijn hele team, de professionele werkplaats en iedere dagindeling zijn volledig gestructureerd. Zo ontwerpt en…
Twentse nuchterheid en technologische vooruitstrevendheid maken het Vriezenveens waterbehandelingsbedrijf van Rob Borgerink gewild.
Saxcell geeft jaarlijks ruim 20 miljoen kilogram kleding een nieuwe bestemming. Hiermee besparen ze 29…
Ook al staat niet vast dat het hoge doel gehaald wordt, toch wil Hollander Techniek…
Zelfs ABN AMRO en Tommy Hilfiger kozen voor de herbruikbare wanddecoratie van Bas en zijn…